© Kirsten Bunschoten 2014
Beardiefriends Bearded Collies with natural beauty & brains
Wat is een goede KVV?
Waar moet je op letten bij het kiezen van een KVV. Eerst in het kort de belangrijkste richtlijnen.  1. Wissel sowieso diersoorten af, ook als het merk zegt compleet te zijn met een premix.  2. Kies voor bot als calciumbron, zeker bij een pup.  3. Vermijd granen en suiker. Een klein beetje rijst schijnt niet zo erg (of juist goed) te zijn.  4. Groenten zijn prima voor honden, maar max. 15%! Katten hebben hier minder behoefte aan.  5. Het beste kun je voor een menu kiezen met maximaal 2% koolhydraten. Koolhydraten zitten in granen en groenten.  6. Een goede kvv bevat minimaal 45% spiervlees, tussen 15% en 25% bot, maximaal 25% orgaan.  Meer tips met uitleg vind je hieronder. 1. Compleet door... Compleet door een premix Een premix is een mix van vitaminen en mineralen. Vaak worden alleen vitamine A, D, E en koper toegevoegd, dit is de minimale eis om de kvv 'compleet' te mogen noemen. Natuurlijk zijn dit voor een echt compleet menu te weinig 'eisen', want er wordt niks gezegd over bijvoorbeeld de aminozurensamenstelling of de vetzurensamenstelling,  terwijl die ook heel belangrijk zijn voor een echt compleet menu. Een nadeel van een premix is dat het synthetische toevoegingen zijn, terwijl ieder levend wezen veel meer heeft aan natuurlijke bronnen voor voedingsstoffen. In sommige gevallen bevat de premix meer dan de minimale eisen, het kan dan onduidelijk zijn wat voor toevoegingen er nog meer inzitten. Zo is er een premix die ook suiker en menadion bevat, dit zijn ingredienten die niet in een diervoer thuishoren. Ook bij merken die compleet zijn door een premix, is het aan te raden om diersoorten en/of merken af te wisselen. Compleet door diersoorten af te wisselen Bij merken die geen premix bevatten, wordt aangeraden om minimaal vier diersoorten te voeren plus vis te voeren. Volgens de richtlijnen van zelf samenstellen voer je dan compleet. Dit is natuurlijk wel afhankelijk van de preciese samenstelling van de mix (verhoudingen, welke organen). Een kvv waarbij je diersoorten afwisselt, is anders compleet dan een kvv met premix. Je weet vaak niet hoeveel vitaminen erin zitten en met een kvv zonder groente is het vitamine E gehalte waarschijnlijk iets lager dan de minimale hoeveelheid in een kvv met premix. Compleet door natuurlijke toevoegingen Tenslotte zijn er ook merken die compleet zijn door natuurlijke toevoegingen. Deze toevoegingen kunnen bijvoorbeeld olie of plantenextracten zijn. Je zou kunnen zeggen dat dit voor carnivoren misschien geen natuurljke toevoegingen zijn, maar ze zijn een stuk natuurlijker dan synthetische vitamines en mineralen. Zo wordt bijvoorbeeld soms zonnebloemolie of maiskiemolie toegevoegd voor vitamine E en zalmolie voor de omega 3 vetzuren. Bij de merken die zeggen dat ze compleet zijn door natuurlijke toevoegingen heb ik niet kunnen controleren of dit werkelijk zo is. --> Om deze redenen raad ik aan om dus ongeacht de compleetheid toch (in ieder geval af en toe) van diersoort af te wisselen. 2. Calciumbron Zoals je in het kvv-overzicht kunt zien, kan de calciumbron bot of een calciumsupplement zijn. Het beste is bot als calciumbron, dit is voor een carnivoor een natuurlijke vorm van calcium en het lichaam weet heel goed wat er met het calcium moet gebeuren. Een calciumsupplement wordt minder goed opgenomen en als het niet de juiste hoeveelheid calcium bevat kunnen er problemen ontstaan. Een teveel aan natuurlijk calcium wordt via de ontlasting uitgescheiden, maar een teveel aan calcium uit een calciumsupplement komt in de bloedbaan terecht. Hier bindt het zich aan andere mineralen die daardoor niet meer beschikbaar zijn, het verstoort de hormoonhuishouding die belangrijk is voor normale botgroei en het heeft een negatief effect op de schildklier (ook belangrijk bij botgroei). --> kies dus voor een kvv met bot als calciumbron! 3. Plantaardige ingredienten Sommige merken gebruiken plantaardige ingredienten. Welke zijn goed en welke minder? Groenten (en fruit) Veel mixen bevatten groenten. Voor honden is dit geen probleem, maar voor katten zijn groenten minder goed. Groenten zijn van toegevoegde waarde door de vitaminen en mineralen die ze bevatten en als bron van ruwe vezel (goed voor de darmen). Mocht een kvv geen groenten bevatten en u dit toch graag willen toevoegen, dan kunt u er zelf een beetje doorheen mengen (kan ook rechstreeks en koud uit de pot, bijvoorbeeld boontjes of wortelen). Groenten worden alleen goed verteerd als je ze maalt/pureert of kort kookt of stoomt. Een rauwe groentenmix heeft de voorkeur, omdat daar de voedingsstoffen beter in behouden zijn. Het pureren of koken van groenten is noodzakelijk omdat de hond niet in staat is zelf de plantencellen af te breken. Wanneer de plantencellen heel blijven, is de hond niet in staat om de voedingsstoffen uit de groenten te halen. Je kunt de meeste groentensoorten voeren, met een maximum van 15%. Welke groenten kun je niet voeren: prei en ui zijn giftig voor de hond dus die voer je niet! Schil, delen van de plant en pit van avocado is ook giftig voor de hond dus je voert alleen het vruchtvlees. Welke groenten voer je met mate: •Koolsoorten voer je met mate. Koolsoorten veroorzaken en bij veel honden darmgassen maar kool in grote hoeveelheden zijn niet goed voor de werking van de schildklier. •Groenten met grotere hoeveelheden nitraat voer je ook met mate. Nitraatrijke groenten zijn: spinazie, bleekselderij, raapstelen, waterkers, postelein, rode biet, sla, venkel, Chinese kool, spitskool. Spinazie voer je ook niet teveel omdat het zich bindt met calcium. •Knoflook voer je ook met mate. Het kan bloedarmoede veroorzaken. De maximale hoeveelheid knoflook die je volgens Mary Strauss kunt voeren: 1/2 of 1 teentje per 9 kilo gewicht, dagelijks. Met welke groenten moet je voorzichtig zijn: sommige honden zijn allergisch voor groenten uit de nachtschade familie. Ze krijgen er jeuk van. Voorbeelden van groenten uit deze familie: tomaat, paprika, aubergine. Naast groenten kun je ook andere dingen toevoegen, zoals biogarde/melkkefir (als probiotica), gember, zaden, kiemen, geelwortel of visolie. Een eitje, of twee eitjes per week wordt ook aanbevolen, daar zitten veel gezonde vitaminen in. Granen Honden en katten hebben geen granen nodig. Het schijnt zelfs slecht te zijn door bepaalde stofjes en het soort koolhydraat die de darm kunnen irriteren. Daarnaast zijn er aardig wat honden en katten die een allergie ontwikkelen tegen gluten (een soort eiwit in tarwe en sommige andere granen) of tegen alle granen. Toch bevatten veel merken wel granen. Hier worden verschillende redenen voor gegeven:  - uit onderzoek van een fabrikant bleek dat de voeding beter werd verteerd als er een klein beetje rijst inzit  - een andere fabrikant vertelde dat de toevoeging van een klein beetje rijst het vitamine B-gehalte beter vasthoudt Je ziet dat het hier enkel om een klein beetje rijst gaat en mocht je dit willen, dan kun je ook af en toe zelf een beetje rijst koken en door het vlees mengen als dit er niet al in zit. Vermijdt tarwe sowieso. Door de gluten die in tarwe zitten en doordat tarwe veel meer van deze slechte stofjes bevat (lectines en saponines), kun je tarwe het beste vermijden. Plantaardige olie Volgens de richtlijnen van zelf samenstellen (de meeste visies) is plantaardige olie geen onderdeel van een menu voor een hond of een kat. Sommige fabrikanten voegen zonnenbloemolie of tarwekiemolie toe als vitamine E bron, maar teveel plantaardige olie kan de verhouding tussen de omega 3 en omega 6 vetzuren verstoren. Of deze verhouding nog juist is, kun je alleen weten als de verhouding bekend is. Zo kan er vis toegevoegd worden voor de omega 3 vetzuren en soms wordt ook lijnzaadolie hiervoor gebruikt. Volgens voedingsdeskundige Huub van de Lang heeft lijnzaadolie echter een negatief effect en volgens Lizzy Plat-Coeler van Barfplaats is lijnzaadolie geen goede bron van omega 3 omdat het een inactieve vorm is die de hond/kat niet kan omzetten. Overig Verder worden er soms plantenextracten, kruiden, vezels of suiker toegevoegd. Plantenextracten en kruiden kunnen geen kwaad en kunnen zelfs een goede werking hebben, afhankelijk van welk kruid er gebruikt wordt natuurlijk. Suiker is een ongezond ingredient. --> Kies voor de hond voor 0%-15% groentes --> vermijd tarwe en kies naar eigen inzicht voor wel of geen rijst --> vermijd plantaardige olie (behalve als de omega-verhoudingen bekend zijn) --> vermijd suiker Verhoudingen: % vlees, % bot en % orgaan De verhoudingen zijn belangrijk, omdat spiervlees, bot en organen allemaal een andere bijdrage leveren aan het menu. Vlees, ook wel spiervlees genoemd, is eigenlijk de basis. Een prooidier in de natuur bestaat ook uit voornamelijk spiervlees. Het percentage bot is belangrijk voor de calcium, als je te weinig bot geeft, kan de hond een calciumtekort oplopen. Teveel bot is ook een probleem, want het overschot aan calcium zorgt ervoor dat de ontlasting heel erg hard wordt, soms zelf zo hard dat de hond of kat niet meer kan poepen. Naast calcium, bevat bot vele andere mineralen. Organen zijn ook belangrijk, die bevatten specifieke voedingsstoffen. De essentiele organen zijn hart, lever en nier en voor honden wordt ook aangeraden om pens te voeren. Andere organen mogen ook gevoerd worden, maar die voegen weinig toe. --> Volgens de richtlijnen van het zelf samenstellen, zijn de volgende verhoudingen het beste:  Spiervlees: minimaal 45%  Bot: 15%- 25% (afhankelijk van de ontlasting kun je kiezen voor meer of minder bot)  Orgaan: 15% - 25% (mits de juiste organen worden gebruikt: hart, lever en nier: 10%-15%, pens: 10%) Analyse Tenslotte de analyse. De meeste kvv-merken geven een analyse van het vlees. Is die belangrijk? Niet echt, de ingredienten zijn veel belangrijker, maar je kunt er wel dingen aan aflezen. Eiwit: dit zegt vrij weinig, alle dierlijke ingredienten bevatten eiwitten. Vet: niet zo belangrijk. Als je hond of kat meer of minder calorieen nodig heeft, kun je hierop letten. Als een kvv veel vet bevat, hoef je er minder van te voeren, en krijgt je hond of kat dus minder eiwitten en andere voedingsstoffen binnen. Hoe snel dit een probleem zou opleveren is niet bekend, maar bij een gezonde hond/kat die een normale hoeveelheid eet, is de kans waarschijnlijk klein dat er tekorten ontstaan. Koolhydraten: dit wordt meestal niet genoemd, omdat dit geen essentiele voedingsstof is voor honden en katten. Als er veel koolhydraten in het voer zitten, kan dit leiden tot problemen, zeker bij katten. Daarnaast verteren koolhydraten anders dan eiwitten (andere zuurgraad van het maagzuur en andere enzymen) en is het ook om die reden beter om niet teveel koolhydraten te voeren. Koolhydraten zitten in granen en groentes. De voedingsdeskundige Huub van de Lang adviseert om de hond een maaltijd te voeren met maximaal 2% koolhydraten en om bij de kat 0.5% koolhydraten als maximum aan te houden. Vocht: het vochtpercentage is hoog, omdat in vlees veel vocht zit. Het is dus geen toegevoegd water, wat in blikvoer vaak wel zo is. Fosfor en calcium: Calcium is heel belangrijk voor de botten. Aangeraden wordt om minimaal net zoveel calcium te voeren als fosfor. Wanneer langdurig te weinig calcium wordt gegeven, kan dit leiden tot het All Meat Syndrome (calciumtekort). Een overschot aan calcium kan leiden tot (te) harde ontlasting. Als je weet dat je hond of kat hier gevoelig voor is, kun je erop letten dat je niet teveel calcium voert. 0.5% - 0.6% calcium is normaal (en genoeg) --> kies voor maximaal 2% koolhydraten voor een hond en 0.5% koolhydraten voor de kat --> voer minimaal net zoveel calcium als fosfor Ons vlees van Lotgering is compleet door het afwisselen van vleessoorten, het bevat bot als calciumbron, het bevat geen plantaardige ingredienten (alleen de lam/rijst-mix: 2% rijst), dus 0% koolhydraten en de verhouding % vlees - bot - orgaan is bij het standaard totaalvoer rund-lam-kip 70-15-15 en ook bij de andere varianten is de verhouding zoals voorgeschreven.